Visie op het ontstaan van heldervoelendheid

Visie op het ontstaan van heldervoelendheid

Heldervoelendheid is in principe genetisch bepaald en erfelijk overdraagbaar.

Een kind dat geboren wordt met een zeer gevoelig systeem vraagt een speciale opvoeding, wil het kunnen uitgroeien tot een evenwichtige adolescent die zich kan handhaven en waarmaken in de moderne maatschappij.

Prikkels

(*Prikkel = verandering in de omgeving die een reactie tot gevolg heeft)

Een pasgeboren kind moet nog leren om met prikkels om te gaan. Alles is nieuw. Het heeft veel rust en slaap nodig om alle indrukken te verwerken. Een jong kind is voortdurend onderhevig aan allerlei onbekende gewaarwordingen, en afhankelijk van zijn persoonlijke karakter ervaart het die als meer of minder bedreigend.

Het is de taak van de ouders/opvoeders om de prikkels waaraan het kind wordt blootgesteld te doseren en langzaam op te bouwen, zodat het kind prikkels leert verdragen en op een goede manier verwerken.

Daarom is de fasering belangrijk, waarin een kind wordt blootgesteld aan de samenleving. Idealiter begint de ervaringswereld van het kind in een liefdevolle, beschermende symbiose met de moeder, binnen de setting van het gezin. De moeder is de belangrijkste stimulus. Daarnaast wordt het kind via de vader, broertjes, zusjes en andere nabije familieleden van de benodigde prikkels voorzien.

In volgende leeftijdsfasen komt het kind geleidelijk los uit de symbiose met de moeder, terwijl zijn ervaringswereld trapsgewijs wordt uitgebreid via leeftijdgenootjes, andere volwassenen en via communicatiemiddelen.

Concentratie

Een kind dat zich op zichzelf kan concentreren, op hetgeen hij achtereenvolgens meemaakt in zijn relatie met de wereld om hem heen, leert zijn prikkels te verwerken. Met zichzelf als centrum leert het zijn aandacht te richten en informatie te filteren. Voorwaarde hiervoor is een positieve, rustige, stabiele thuissituatie als basisveiligheid.

Een kind dat langdurig te veel prikkels doormaakt, komt niet meer aan verwerken toe, met als gevolg angst, waardoor het de concentratie op zichzelf los laat. Immers, zijn gevoelens worden te overweldigend. De focus van het kind raakt gericht op de omgeving, met name op wat er in zijn beleving het meest bedreigend is. Dat zullen doorgaans bepaalde volwassenen of plaatsen zijn, omdat het kind aanvoelt dat daar de bescherming ontbreekt.

Hoe langer de angstige situatie voortduurt, des te sterker zich in het kind verankert dat het zijn eigen ruimte niet innemen kan. Uiteindelijk weet zo’n kind ook niet meer hoe dat moet.

 

Dit beschermingsmechanisme gaat gepaard met verlies aan persoonlijke kracht. De psyche van het kind kan zo ijl worden, dat deze los komt van de aardse realiteit. Zonder interventie ontwikkelt het kind zich tot een heldervoelende adolescent, die overeenkomstig zijn ervaringen andere mensen en situaties haarfijn aanvoelt en doorziet. Maar zichzelf bewoont hij niet. Zijn eigen persoonlijkheid is niet tot ontwikkeling gekomen.

‘Ik ben’

De weg die je als gevolg van bovengenoemde situatie te gaan hebt, is je gevoel helder te krijgen. Te leren onderscheiden welk gevoel van jezelf is en welk gevoel niet van jezelf is, en jezelf mentaal te versterken. Tijdens dit proces van emotionele en lichamelijke bewustwording, wat veel volharding vraagt, ontstaan openingen in je patronen om anders te kiezen. Dit zijn moeilijke stapjes die veel vertwijfeling creëren, maar eenmaal genomen ontstaat er een gevoel van ‘ik ben’ dat vreugde schenkt. Je eigen belangen meewegen in je alledaagse beslissingen wordt dan steeds gemakkelijker, en op een dag ontdek je dat jij je eigen ruimte bent gaan innemen, dat jij weer samenvalt met jezelf.

Vanuit die concentratie kun je léven, kun jij jouw dromen vervullen. Je kunt je eigen moraliteit kiezen, die jij tot jouw principes maakt. Je gevoeligheid is dan niet langer de enige inspiratiebron waar jij uit put. Je emotionaliteit vermindert wanneer je meer leeft en handelt vanuit principes. Een dergelijk rationalisme bespaart je veel kostbare energie die je kunt inzetten als daadkracht.

 

© Copyright NVHM, november 2005.